|
De belangrijkste fase
voor de spraak- en taalontwikkeling van uw kind ligt
tussen de
0 en 6 jaar. In die periode is uw kind het meest
taalgevoelig en kan hij/zij op dit gebied ook het beste
leren.
Stel logopedische behandeling daarom niet uit en neem
geen genoegen met wachttijden. Zorg dat uw kind snel en
intensief wordt begeleid.
24 maanden
Cognitieve vaardigheden
- Gebruikt bij het spelen voorwerpen uit het
dagelijks leven, zoals de fles geven aan een pop; rijden
met een autootje, enz.
Sociale vaardigheden
- Noemt zichzelf bij naam.
- Probeert gebeurtenissen te beschrijven die eerder zijn
voorgevallen.
- Gebruikt mondelinge taal om om eten en drinken te
vragen
Taalvaardigheden
- Begrijpt "in", "op", "van", "onder", "groot" en
"klein".
- Begrijpt de betekenis van 500-900 woorden.
- Herhaalt/imiteert woorden die u zegt.
- Gebruikt zelf 200 woorden.
- Herkent ongeveer 5 lichaamsdelen.
- Gebruikt woorden op een creatieve manier, bijv. een
stuk hout dat in de lucht wordt gegooid is een "vogel".
Articulatie
- Gebruikt taal die voor 75% verstaanbaar is voor
familie en vrienden, hoewel er nog veel
articulatiefouten voor kunnen komen.
Grammaticale vaardigheden
- Gebruikt 2 en 3 woordzinnen.
- Voert simpele, enkelvoudige opdrachten uit.
- Beantwoordt uw vragen.
- Praat veel, maar nog weinig echte conversatie.
- Gebruikt voornaamwoorden zoals: ik, jij, mijn; hoewel
nog niet altijd correct.
Wanneer uw
kind bij bovenstaande vaardigheden in meer of mindere
mate achterblijft, wordt de hulp van een logopedist
aangeraden. Vroegtijdige behandeling van stoornissen in
de spraak, taal, adem, stem, of gehoor kan problemen met
gedrag, leren, lezen, en sociale interactie voorkomen.
Wanneer u klant van ons bent, kunt gratis u uw vraag
stellen aan één van onze
logopedisten-online.
30 maanden
Cognitieve vaardigheden
- Kan kleuren en voorwerpen met elkaar combineren.
- Kan voorwerpen en plaatjes met elkaar combineren.
- Kan tot tien tellen.
- Praat tegen zichzelf.
Sociale vaardigheden
- Spraak/taal is nu belangrijkste communicatiemiddel
(i.p.v. schreeuwen/gebaren).
- Gebruikt spraak om sociaal te zijn bijv. in een
gesprekje waarin 2 tot 3 keer over en weer wordt
gesproken.
- Praat over dingen die op dat moment gebeuren.
Taalvaardigheden
- Kan zelf minimaal twee
lichaamsdelen benoemen.
- Benoemt veel plaatjes in een boek.
- Kan gebruiksvoorwerpen
noemen als je vraagt: "Waar drink je uit", "Slaap je
in", "Zit je op".
- Begrijpt de betekenis van: één en nog één.
- Benoemt plaatjes met daarop een handeling
(werkwoorden).
- Heeft een woordenschat van 200 tot 300 woorden.
Articulatie
- Gebruikt spraak die voor 75% te begrijpen is, ook
voor vreemden.
- Gebruikt /m/, /n/, /p/, /ng/, /w/ correct.
- Kan sommige medeklinkercombinaties nog niet goed
uitspreken, vooral met /l/ of /r/ (slak is sak, brood is
bood).
Grammaticale vaardigheden
- Gebruikt 2 tot 3 woordzinnen.
- Spreekt in telegramstijl, maar wel functioneel;
gebruikt zelfstandige naamwoorden en werkwoorden om
behoeften aan te geven.
- Kan samengestelde opdrachten uitvoeren bijv. "Geef
mama eens een luier uit de kast".
- Begrijpt voornaamwoorden bijv. "Wat is jouw beker?"
"Wat is mijn beker?"
- Stelt eenvoudige vragen.
- Kan delen van liedjes uit het hoofd.
- Beantwoordt wie, wat en waarom vragen.
- Gebruikt 1 of meer persoonlijke voornaamwoorden.
Wanneer uw kind bij
bovenstaande vaardigheden in meer of mindere mate
achterblijft, wordt de hulp van een logopedist
aangeraden. Vroegtijdige behandeling van stoornissen in
de spraak, taal, adem, stem, of gehoor kan problemen met
gedrag, leren, lezen, en sociale interactie voorkomen.
Wanneer u klant van ons bent, kunt gratis u uw vraag
stellen aan één van onze
logopedisten-online.
3 jaar
Cognitieve vaardigheden
- Kent zijn/haar achternaam/straat/sekse/en delen
van versjes.
- Kan zich 8/9 minuten concentreren op dezelfde
activiteit.
- Zingt liedjes.
Sociale vaardigheden
- Heeft plezier in spreken, zonder vermijding of
verlegenheid.
- Gebruikt taal als hulpmiddel.
- Neemt deel aan conversaties.
- Blijft bij het onderwerp.
Taalvaardigheden
- Begrijpt: één/veel, groot/klein,
hetzelfde/ verschillend, leeg/vol, schoon/vies, enz.
- Begrip van tijd zoals dag/nacht.
- Verwoordt ideeën, observaties en relaties.
- Heeft een woordenschat van ± 900 woorden.
Articulatie
- Spraak is voor 90% verstaanbaar.
- Gebruikt de meeste medeklinkers correct.
- Gaat eind medeklinkers in woorden gebruiken,
zoals: hoed, eend.
- Laat onbeklemtoonde lettergrepen soms nog weg,
zoals: o’fant i.p.v. olifant.
- Aarzelt bij of herhaalt soms lettergrepen, bijv.
ma- ma---mama.
Grammaticale vaardigheden
- Kan tweevoudige opdrachten uitvoeren die
voorzetsel bevatten zoals: ‘Leg de pop in het bedje’ of ‘Leg de blokken onder de stoel’.
- Begrijpt en gebruikt
meervoud: bijv. honden, blokken.
naamwoorden: bijv. ik, mij, jij, hij, zij,
het, haar, zijn.
bezittelijke voornaamwoorden: bijv. mijn,
zijn, haar, hun.
- Vertelt een verhaaltje na of vertelt een idee aan
iemand in korte, simpele zinnen.
- Gebruikt 3-5 woordzinnen.
- Stelt simpele vragen bv: ‘Wat doet ...’, ‘Waar is
…’,
‘Wie is dat?’
- Gebruikt ‘omdat’ om 2 zinnen te verbinden.
Wanneer uw
kind bij bovenstaande vaardigheden in meer of mindere
mate achterblijft, wordt de hulp van een logopedist
aangeraden. Vroegtijdige behandeling van stoornissen in
de spraak, taal, adem, stem, of gehoor kan problemen met
gedrag, leren, lezen, en sociale interactie voorkomen.
Wanneer u
klant van ons bent, kunt gratis u uw vraag stellen aan één van onze
logopedisten-online.
4 jaar
Cognitieve vaardigheden
- Begrijpt tegenstellingen: dik/dun, groot/klein.
- Herkent driehoek, cirkel, vierkant en kruis.
- Spreekt over denkbeeldige situaties: ‘Ik hoop….’,
‘Ik doe alsof…’
- Kan zich 11-12 minuten op dezelfde activiteit
concentreren.
- Helpt bij het bedenken van activiteiten.
- Noemt op verzoek de primaire kleuren: rood, geel en
blauw.
- Heeft besef van taal: is in staat om te denken over en commentaar te geven op wat hij/zij en anderen zeggen.
Sociale vaardigheden
- Begrijpt de voorwaarden van een eenvoudige conversatie bijv. beurt afwachten, bij het onderwerp blijven.
- Herhaalt of aarzelt zelden.
- Spreekt zonder vermijden of verlegenheid.
- Past spraak aan aan de leeftijd van de luisteraar.
- Spreekt over de telefoon.
Taalvaardigheden
- Heeft tijdsbesef, begrijpt bijv. vanochtend,
volgende
maand, straks, volgend jaar.
- Heeft besef van ruimte, begrijpt bijv. vooraan,
achteraan, ver weg, dichtbij.
- Gebruikt al meer dan 1500 woorden.
Articulatie
- Spreekt zodanig dat hij/zij door iedereen wordt
begrepen.
- Nog niet alle klanken worden altijd goed uitgesproken.
Grammaticale vaardigheden
- Begrijpt samengestelde zinnen bijv. ‘Je mag dat
niet doen, omdat…’
- Kan een ‘boodschap’ overbrengen.
- Kan drie achter elkaar gegeven opdrachten uitvoeren,
ook al zijn voorwerpen niet in de buurt bijv. ‘Pak jij mijn
rode broek uit de kast in mama’s slaapkamer?’
- Gebruikt 5 en 6 woordzinnen.
- Stelt ‘hoe’, ‘waar’, ‘wanneer’, en ‘waarom’- vragen.
- Beantwoordt ‘Wat zou er gebeuren als…’- vragen.
- Gebruikt samengestelde zinnen d.m.v. ‘en’, ‘waar’, of
‘omdat’ bijv. 'Ik ben nu 4, maar mijn zusje is pas 3
jaar’.
- Gebruikt verleden en toekomstige tijd correct, bijv.
‘Ik at….’, ‘Ik ga straks.…’.
Wanneer uw
kind bij bovenstaande vaardigheden in meer of mindere
mate achterblijft, wordt de hulp van een logopedist
aangeraden. Vroegtijdige behandeling van stoornissen in
de spraak, taal, adem, stem, of gehoor kan problemen met
gedrag, leren, lezen, en sociale interactie voorkomen.
Wanneer u
klant van ons bent, kunt gratis u uw vraag stellen aan één van onze
logopedisten-online.
5 jaar
Cognitieve vaardigheden
- Begrijpt oorzaak en gevolg.
- Noemt adres en datum verjaardag correct.
- Kan zich 15-20 minuten op dezelfde activiteit
concentreren.
- Kan logisch redeneren.
- Vraagt uitgebreide, gedetailleerde uitleg, net zolang
totdat de volwassene niet meer kan antwoorden.
Sociale vaardigheden
- Beschrijft zijn/haar gevoelens met woorden.
- Is geïnteresseerd in grappige situaties.
Taalvaardigheden
- Benoemt de vorm, kleur, het gebruik en het
materiaal van voorwerpen.
- Kent de begrippen ‘meer’ en ‘minder’.
- Beschrijft persoon, plaats of voorwerp die/dat hij/zij
eerder zag.
- Noemt een tijdstip in combinatie met een activiteit.
- Benoemt de dagen van de week in de juiste volgorde.
- Begrijpt en gebruikt zeer veel woorden (begrijpt ±
2000 woorden en gebruikt er ± 6000) en blijft vragen naar
de betekenis van nieuwe woorden.
Articulatie
- Spreekt alle klanken goed uit, soms met
uitzondering van de /r/.
Grammaticale vaardigheden
- Brengt fantasie en werkelijkheid met elkaar in
verband.
- Beantwoordt vragen over de betekenis van een verhaal
en de verwikkelingen erin.
- Begrijpt complexe vragen m.b.t. eerdere
gebeurtenissen.
- Gebruikt 6-8 woordzinnen.
- Gebruikt grammaticaal correcte zinnen en kan
complexe werkwoorden gebruiken zoals: ‘dat zou zo
kunnen zijn’ of ‘dat zal gaan gebeuren’, enz.
Wanneer uw
kind bij bovenstaande vaardigheden in meer of mindere
mate achterblijft, wordt de hulp van een logopedist
aangeraden. Vroegtijdige behandeling van stoornissen in
de spraak, taal, adem, stem, of gehoor kan problemen met
gedrag, leren, lezen, en sociale interactie voorkomen.
Wanneer u
klant van ons bent, kunt gratis u uw vraag stellen aan één van onze
logopedisten-online.
6/7 jaar
Cognitieve vaardigheden
- Luistert aandachtig gedurende lange periodes.
- Beantwoordt alle vragen nauwkeurig.
- Kan logisch denken en kan problemen mondeling
oplossen.
- Kan werkelijkheid en fantasie uitstekend
onderscheiden.
Sociale vaardigheden
- Begrijpt subtiele humor en giechelt/gniffelt over
rare dingen.
- Gebruikt de telefoon om zelf met anderen te bellen.
Taalvaardigheden
- Volwassen vocabulaire; gebruikt bijv.
‘verrassend’,
‘teleurstellend’, ‘angstaanjagend’.
Articulatie
- Uitspraak is foutloos, als bij een volwassene.
|